Keek op de Week gaat tonnen kosten

Ondertitel:Geen reclame na journaal
Soort:Interview
Onderwerp:Keek op de Week
Auteur:Hans van Oostrom
Medium:VPRO Gids
Datum:01-02-1992
Pagina:3-4


 
Noemen wij Zondag 2 februari 1992 een zwarte of een blijde dag in de geschiedenis van de Nederlandse Televisie? Kleine en grote ondernemers zullen onbekommerd voor de twee kwalificatie kiezen, maar hoe zit het met de gemiddelde kijker? Hans van Oostrom vroeg Kees van Kooten en Wim de Bie naar hun standpunt.
 
De eerste uitzending van jullie nieuwe reeks Keken op de Week start direct na het NOS-journaal van acht uur. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat jullie de STER hebben kunnen bewegen af te zien van een reclameblok op die toptijd?
 
Dat hebben wij niet gedaan! De VPRO heeft hierom gevraagd en de heer Paul Kenninck, de nieuwe Ster-directeur, heeft dit verzoek ingewilligd.
 
Hij schijnt gezegd te hebben: "wij buigen het hoofd voor de creatieve invulling die Van Kooten en De Bie aan het programma geven". Zeer vererend natuurlijk en heel prettig, want nu kunnen wij direct blijven reageren op het Nieuws. Maar het is de vraag of de Ster ook zo coulant zou hebben gereageerd wanneer de VPRO een B-omroep was geweest. Zo zie je maar weer!
 
Legt het ontbreken van dat Ster-blok geen enorme last op jullie? Dat gaat de VPRO en daarmee de kijker en dus de belastingbetaler honderdduizenden guldens per jaar aan gederfde reclame-inkomsten kosten!
 
U moet dat genuanceerder zien. Er wordt altijd maar gesproken over de inkomsten vanuit de reclame, maar je zou je ook kunnen afvragen wat het niet uitzenden van reclame de samenleving oplevert; in die zin dat de mensen minder worden verleid tot het kopen van vaak nutteloze produkten, zodat de huishoudportemonnaie gevulder blijft, het milieu minder snel vervuilt en allerlei hart- en vaatziekten geen kans krijgen! Iedereen is het er immers over eens dat de grenzen aan de groei verre zijn overschreden. Zelfs een groot hoofd als de heer Mansholt (Sicco, red.) sprak zich hier kortgeleden nog ferm over uit, in het Algemeen Dagblad. Maar dat interview hebben wij helaas weggegooid. Alleen als ons televisieseizoen aan de gang is, bewaren we alle kranten.
 
Zijn jullie principieel tegen reclame?
 
Nee. Dat kun je net zo goed tegen eb en vloed zijn, tegen autoos, spijkerbroeken of de herfst. Reclame is een economies natuurverschijnsel dat niet meer valt weg te denken en in een wereld zonder reclame zat iedereen zonder werk, dat weten wij best, want wij zijn niet achterlijk.
 
Wij vinden het alleen vervelend dat je, nu voor de televisie zittend, vanuit een hinderlaag met zwevende blokken wordt bestookt!
 
Dat zelfs in de omroepgidsen de reclame-aankondiging uit de programma-overzichten is verdwenen! Had de Krant op Zondag trouwens een goede beurt mee kunnen maken, wanneer ze in hun televisiegegevens het waarschuwingswoordje STER hadden opgenomen.
 
Maar dat is toch onzin, wat jullie nu zeggen? Je klaagt toch ook niet over reclame in de krant? Een column van Gerrit Komrij of Jan Blokker blijft toch onaangetast door de advertenties die er omheen staan?
 
Jawel, maar krante- en weekbladadvertenties kun je snel doorbladeren of expres over het hoofd zien, terwijl je dat bij de televisie niet kunt doen! Wegzappen is niet hetzelfde als doorbladeren, want Nederland I, II en III zijn nu zo vergeven van de commercials dat je meestal middenin een ander blok valt en dan zap je weer terug en dan is het spotjesblok dat voorafgaat aan het programma dat je wilt zien nog aan de gang en dan denk je: nouja, laat maar - dan zit ik dat minuutje nog wel even uit. Met het gevolg dat je, over een jaar opgeteld, uren en uren naar dezelfde, vaak wezenloze boodschappen zit te kijken. Tel uit je winst!
 
Spelen er bij die weerzin tegen de reclame op Zondag soms ook godsdienstige bezwaren mee? Ik kan me dat op jullie leeftijd wel voorstellen. Toen jullie jong waren werd je waarschijnlijk veel strenger opgevoed in begrippen als Zevende Dag en Zondagsrust.
 
Kan de Gids de volgende keer een wat minder onnozele ondervrager sturen?
 
Wij komen uit Den Haag meneer van Oostrom, niet uit Staphorst of Kampen!
 
Wij vinden het alleen te betreuren dat de Nederlandse Televisie nu geen enkele weekdag zonder televisiereclame meer kent. Als de dinsdag tot nu toe vrij van Ster-spots was geweest, zouden we de verdwijning daarvan even betreurenswaardig hebben gevonden. Zoals het ons ook een gruwel is dat er in Nederland geen hotellift meer zonder muziek op een neer gaat, er niet langer een winkelpromenade bestaat waar niet om de tien meter een bloembak staat en je nergens meer een los onsje houtschroeven in een bruine papieren puntzak kunt kopen. Maar daar bent u allemaal te jong voor, vrezen wij.
 
Dat geef ik toe en ik heb het zelf dus nooit gehoord of gezien, maar u schijnt wat reclame-maken betreft allebei op zijn zachtst gezegd nogal wat boter op uw hoofd te hebben.
 
Hoe bedoelt u dat?
 
Mij is namelijk verteld dat ene Familie van der Laak, door u gespeelde figuren, destijds een serie radiocommercials voor Becel heeft gemaakt, dat uw Vieze Man in televisiespots voor Dreft heeft gestaan, dat mijnheer De Bie in zijn rol van Aad van der Naad op Posters voor Zware van Nelle heeft gehangen en dat u beiden, dat moet in de tweede helft van jaren Zeventig zijn geweest, notabene voor de Postbank een viertal bioscoopfilmpjes heeft gedraaid...
 
Geen van de dingen die u nu opnoemt kunnen wij ons herinneren. Maar als wij dat gedaan hebben, zijn er twee mogelijke redenen geweest. De eerste is dat wij ons met reclame hebben beziggehouden, JUIST om de voosheid en platvloersheid van veel andere reclame-uitingen aan de kaak te stellen enals het ware te parodiŽren, als dat woord u iets zegt, en de twee aanleiding, en die lijkt ons eerlijk gezegd waarschijnlijker, is dat een van ons beiden destijds zeer ernstig ziek was en alleen door middel van een tonnen kostende operatie kon worden genezen.
 
Ik dank u beiden voor dit gesprek.
 
Als u zo vriendelijk wilt zijn even te gaan staan? Dan zappen wij u uit ons gezichtsveld.
 

 
Terug naar Bibliografie