En, maar, want!

Soort:Recensie
Onderwerp:Jemig de Pemig!
Auteur:[onbekend]
Medium:De Volkskrant
Datum:11-03-1999
Pagina:17 (Service)

Hoe moeten we de taal van Koot & Bie noemen? Kootenwaals? Biegoens? Kootenbidioom? Kootenbies? (De taal die gesproken wordt in het land Kootenbie.)
 
Ach natuurlijk, Koot & Bie spreken gewoon Juinens. In 1985 maakte het reclamebureau O & M een commercial voor een nieuw koekje van Verkade, waarin allerhande komische types dat koekje aanprezen. Ineens was daar De Vieze Man, gespeeld door iemand anders dan Van Kooten, die ook dol was op dit koekje. Een vorm van plagiaat, zou je kunnen zeggen.
 
Als medewerker van de Volkskrant belde ik Van Kooten om commentaar. 'Beetje flauw', zei hij toen hij de spot bekeken had. 'Laten ze zelf iets leuks verzinnen.' Op de vraag of hij en De Bie 'stappen overwogen', zoals dat heet, antwoordde hij: 'Ach nee, ik heb wel iets leukers aan m'n hoofd.' Ik vond dat een sympathieke reactie. Niet 'houdt de dief!' maar 'is het niet spijtig om te moeten stelen?'
 
Het net verschenen boek Jemig de Pemig!, de invloed van Van Kooten en De Bie op het Nederlands inventariseert het taalkundige residu van dertig jaar ideeŽnweelde. (Prof. Dr. Ir.) Akkermans, arro, bescheurkalender, bonken, dames heren ook, dameswensen, doemdenken, (Dr.) Clavan, Cor van der Laak, en wel hierom, fijns, fysiek is altijd psychisch, geen gezeik iedereen rijk, geilneef, godverdegodver, goed kauwen zodat het eten gelijkmatig in je bloed komt, Hekking, hou je d'r buiten Cock, ik ben genoemd, Jacobse en van Es, jemig de pemig, Juinen, kneukfilm, Koos Koets, krasse knarren, krommunicatie, kijken kijken en de rest erbij denken, leef met vlag en wimpel, mag ik even een teiltje, mogen wij even overgeven, mozes kriebel, natuurleuk, neutronenkorrels, nieuw flinks, oudere jongeren, pruimen op sap zetten, positivo, regelneef, samen voor ons eigen, schrijpend, stoned als een garnaal, Tedje van Es, tuin winterklaar maken, van die dingen dus, van wippenstein gaan, vieze man, vrije jongen, wibocri, zwijgstront - vijftig vondsten, door Koot & Bie bedacht en in omloop gebracht. Ewoud Sanders zocht het allemaal nauwkeurig uit en dat levert historisch nuttige en vaak leuke leesstof op, al is Sanders zelf een goed voorbeeld van een auteur die bij gebrek aan natuurleukte zijn toevlucht neemt tot 'let-op-ik-word-leuk-humor'.
 
Een aantal toeschrijvingen begrijp ik niet. Het feit dat Koot & Bie ooit een bepaalde term gebruikt hebben, en dat die term sindsdien in het dagelijks gebruik wordt gesignaleerd, betekent niet per se dat zij hem geintroduceerd hebben. 'Voor zover we kunnen nagaan', schrijft Sanders, dateert 'bonken' voor neuken uit 1977, toen K & B het gebruikten in hun beroemde moyenne-qua-kieren-nummer. Het is een nogal voor de hand liggend synoniem (to bonk is bijvoorbeeld Engels slang voor hetzelfde) waarvan je je a) kunt afvragen of het niet al 'bestond' (wat dat ook concreet betekent) en b) of iedereen die het sinds '77 gebruikt, het aan Koot & Bie ontleent.
 
Hetzelfde geldt voor 'godverdegodver!'. Sanders vermeldt dat daar veel oudere vindplaatsen van zijn, maar wat hij zich niet realiseert is dat als het gebruik voor Koot & Bie niet aan hen kan worden toegeschreven, dat met het gebruik na ook twijfelachtig wordt.
 
Sinds ik me kan herinneren heeft het 'godverdegodver!' door mijn ouderlijk huis geschald (6 mannen, 1 vrouw), en sinds 7 oktober 1979, toen Tedje van Es zich door Jacobse zijn gouden kiezen liet uittrekken, was dat vanwege Koot & Bie?
 
Iets dergelijks geldt voor 'en wel hierom'. 'Mijn naam is Cor van der Laak, en wel hierom', was de vaste aanhef van de regelneef van Bloemenbuurt. Dat was de vondst, die non-sequitur. Op die manier gebruikt is 'en wel hierom' typisch Juinens, door voorbeelden aan te dragen van hoe de zegswijze in zijn normale alledaagse betekenis gebruikt wordt ('ik ben hier tegen, en wel hierom') bewijs je niet veel.
 
Koot & Bie hebben in die dertig jaar ongetwijfeld ook vaak 'goedenavond dames en heren' gezegd, maar als Sonja Barend met die woorden een uitzending begint, is dat nog geen bewijs van de invloed van Koot & Bie. Maar goed, Sanders geeft in zijn inleiding ruiterlijk toe dat zo'n boekje nooit perfect kan zijn en als taalhistoricus weet hij als geen ander hoe moeilijk het is de gebruiksgeschiedenis van woorden en uitdrukkingen te reconstrueren en achter het gevonden voorbeeld ook de intentie te grijpen. Zelfs met de digitale kranten- en tijdschriftenleggers die de moderne onderzoeker ter beschikking staan is niet alles uit te zeven.
 
Zo is er ook Familie-Juinens.
 
Een van de leukste taalobservaties van de heren ever is het amechtige 'en, maar, want' waarmee 'allesvrezer' Robbert van Effen (zie 'Ons Kent Ons') zijn monologen doorspekte. Wij citeren dat nog vaak in huiselijke kring. Of liever, wij betrappen onszelf erop, en herhalen het dan, tussen Juinense aanhalingstekens.
 

 
Terug naar Bibliografie