Lachen is Gezond: Wim en Kees' standaardwerk

Soort:Recensie
Onderwerp:Lachen is Gezond
Auteur:Theun de Winter
Medium:Het Parool
Datum:30-05-1970
Pagina:25

Kees van Kooten en Wim de Bie, Lachen is gezond (Thomas Rap, ƒ 14,50).
 

Klisjeemannetjes Kees van Kooten en Wim de Bie
 
Na een decennium van nimmer aflatende activiteit hebben Kees van Kooten en Wim de Bie de balans opgemaakt en volgens goed gebruik bij een terugblik is er ook een gedenkboek tot stand gekomen. Het heet Lachen is Gezond en niet ten onrechte, want het kloek uitgevallen standaardwerk bevat 207 pagina's vol vrolijkheid, die, aldus de opdracht voorin, bestemd zijn 'voor alle goede verstaanders', waaraan de auteurs onmiddellijk toevoegen: 'nou dan weet u het wel'.
 
Een van deze goede verstaanders is S. Carmiggelt, die kortelings in dit blad een Kronkel vol waardering aan Lachen is gezond wijdde: 'Het verkwikkende van het geheel vind ik, dat er vrijwel geen woord ernst in staat. En dat is erg opluchtend in deze grimmige, bloedserieuze tijden!
 
Hoe perfect Carmiggelt de heren Van Kooten en De Bie heeft aangebeld, wordt de lezer pas goed duidelijk op bladzijde 110, waar Wim op een gegeven moment tegen Kees zegt: 'Uitstekend, zo'n statement rechtvaardigt toezending van een presentie-exemplaar aan Carmiggelt.' Kees beaamt dit: 'Dat zeiden Jaco en Thomas (hun uitgevers - TdeW) ook: 'n Kronkeltje staat gelijk aan een druk.' Waarop Wim weer: 'En een druk staat weer gelijk aan een boerderijtje in Drente of het Friese Merengebied.'
 
In het boek treft men meer van dit soort seintjes en verwijzingen aan naar bestaande personen of situaties uit de alledaagse werkelijkheid van de lezer. Dat is niet zo verwonderlijk, want de meeste teksten zijn oorspronkelijk geschreven voor de communicatiemedia, zoals daar zijn: radio, televisie en krant, waardoor immers een vrij direct contact met het publiek mogelijk is. Toch verschillen de speciaal voor het boek vervaardigde teksten qua aanpak niet van de andere. Voor de zeven verbindende stukken die de bloemlezing bijeen houden, maakten Van Kooten en De Bie gebruik van de gespreksvorm, die bij hen duidelijk favoriet is. Deze dialogen over de chaos zijn in hun volmaakte praatstijl vastgelegd, zitten ook vol understatement, hinten en overbruggingen naar de actualiteit en tonen aan dat Van Kooten en De Bie geen concessies doen aan een publiek dat uitsluitend op hun geschreven woord aangewezen is.
 
Ze hebben natuurlijk gelijk en hun Lachen is gezond biedt van begin tot eind louter prettige en amusante lectuur, daar niet van, maar bij iedere dialoog probeer je je toch voor te stellen hoe zij hem samen zouden uitspreken, bovendien blijven er nu eenmaal altijd in de spreektaal uitdrukkingen die op papier niet adequaat overkomen, maar daar hebben ze zelf ook al aan gedacht.
 
In de 'Eerste dialoog over de chaos' zegt Wim de Bie: 'Kijk, daar stuiten we toch op een probleempje. En ik vind dat we het nu maar meteen moeten uitbaten, want dat zal verderop in het boek nog wel eens terugkomen, zo'n geval als dit. Jij zegt daar: de blits maken. En omdat dat een vreselijke uitdrukking is, weet ik dat jij daar een grapje mee bedoelt. En omdat wij elkaar nu tien jaar kennen, stokt het gesprek niet meer op zulke puntjes. Maar ik ben toch bang dat die humor, groot woord natuurlijk, humor, in het platte vlak niet zo makkelijk zal aanslaan. De lezer moet het zonder mimiek stellen, kan geen relativerende stembuiging registreren, en meer van die moeilijkheden. Ik vind dat we daar wel rekening mee moeten houden.'
 
Ja, die Kees en Wim, die vang je zo makkelijk niet, wat ook geenszins de bedoeling is, omdat dit een lovende bespreking wordt.
 
Bij het grote publiek genieten Van Kooten en De Bie - hun namen worden in één adem genoemd, nog even, en we spreken over Van Kooten & Jeweetwel of Jeweetwel & De Bie, misschien zelfs Jeweetwel & Jeweetwel — nog steeds faam als De Klisjeemannetjes, twee biljartende eenvoudigen van geest, die in de jaren '65-67 het radioprogramma Uitlaat plachten af te sluiten met hun in Haags dialect gevoerde conversatie. Zeventien van deze gesprekken zijn in het boek afgedrukt en ook op het geduldige papier blijven ze pal overeind staan, ondanks het hierboven geschetste nadeel. Voor de rechtgeaarde liefhebbers zijn trouwens twee elpees in de handel: De Klisjeemannetjes (Omega 333.007) en De wereld van de Klisjeemannetjes (Fontana XPY 857.063).
 
In de 'dialogen over de chaos' komen Van Kooten en De Bie verscheidene malen op hun herwaardering en eerherstel van het cliché, de versleten uitdrukking, terug. Ze leggen uit hoe ze er zo toe gekomen zijn en waarom het nu tijd is de cliché-periode plechtig af te sluiten met de verzamelbundel Lachen is gezond, tien jaar Kees van Kooten en Wim de Bie bestrijkend, Van toen tot thans, om met dat andere befaamde duo, Walden en Muyselaar, te spreken.
 
'... We maken noodgedwongen pas op de plaats voor dit dilemma,' aldus Van Kooten (in de vierde dialoog), 'de beste klisjees komen van mensen die ze zelf niet als zodanig ervaren. Terwijl wij de mensen, die niet uit onbegrip, maar juist uit begrip het klisjee hanteren een buitengewoon warm hart toedragen.'
 
Wim: 'Daarom zou het eigenlijk maar 's afgelopen moeten zijn met dat komische isoleren van al die stukjes werkelijkheid, want de werkelijkheid laat niet met zich sollen en onttrekt zich aan dit soort semi-intellectuele spelletjes.'
 
Kees: 'Omdat de werkelijkheid nu eenmaal complexer in elkaar zit dan wij een tijdje gedacht hebben; ze is opgebouwd uit veel meer dan klisjees en niet-klisjees. En gelukkig maar.'
 
Wim: 'Zou je op grond van dit geleuter willen concluderen dat we aan een nieuwe werkelijkheid toe zijn, een nieuwe vorm van beleven?'
 
Kees: 'Nou, nou, beide beentjes op de grond. Maar toch: ja. Het fameuze zesde zintuig dat nu nog steeds als een luxueus surplus wordt beschouwd, zal meer en meer geïntegreerd raken en als het goed is zal binnen vijf jaar er geen hond meer van op kijken.'
 
Wim: 'Precies, het besef dat elke bodem in principe een dubbele bodem is, wint langzaam maar heel zeker terrein.'
 
Kees: 'We hebben ze wel steeds uitgeknipt en ingeplakt, al die stukjes waarin plotseling het woord klisjee ging vallen, maar laten we onszelf nou niet wijsmaken dat wij die dubbele bodemalertheid in het leven hebben geroepen.'
 
Wim: 'Het is altijd wel aardig om zo'n cultuurpatroon te dateren en ik zou deze exploitatie van het klisjee een typisch fenomeen van de jaren zestig willen noemen.'
 
Wat er verder ook van hen moge worden, deze twee oud-leerlingen van het Dalton Lyceum te 's Gravenhage, hebben reeds nu geschiedenis geschreven met hun Klisjeemannetjes, Treitertrends, Dagboek van een Vogel, Plannenmakers (Nico 'Bulle' van Berkel en Harry F. Kriele) en hun jeugdsentiment-avant-la-lettre. Het boek waarin hun baanbrekend werk voor de na ons komende generaties is vastgelegd, mag in geen enkele kast ontbreken.
 

 
Terug naar Bibliografie