Extra

Ondertitel:De sneeuwbal der clichés
Soort:Interview
Onderwerp:De Clicheemannetjes
Auteur:Han Mulder
Medium:Het Parool
Datum:17-09-1966
Pagina:7


Wim de Bie (bij de bal met de stip) en Kees van Kooten. Foto Jacques Stevens
 
In Vara's Uitlaat een extract van de prietpraat die men overal kan horen
 
Die goeie ouwe radio is er nog; de televisie, het overgangsbestel heeft de draadloze een tijdlang diep in de put gedrukt, maar de radio beleeft thans in de menopauze een opgewekte tweede jeugd.
 
Deze week was de Hilversumse Emmastraat, voorhof van de KRO, het toneel van demonstraties wegens het vertrek van vlegel Hullekie-Dullekie van net derde net; volgende week durft een grammofoonplatenmaatschappij (een kleintje weliswaar; Dureco) het aan om op de markt te komen met De Cliché-mannetjes op 33 toeren, de taalfrutsels van twee Haagse mannetjes aan het biljart, de vaste uitsmijter van VARA's jongerenrubriek "Uitlaat".
 
"Ja, ja, de radio leeft, wie had da na Gerard Hoek, Ida de Leeuw-Van Rees, Mia Smelt en het socialistisch nieuws in Esperanto kunnen denken?
 
De Clichémannetjes zijn naamloos. Hun beroep is niet bekend. Zij hebben vrouwen, die hun toegenegen zijn, die James-Bondpyjama's voor hen kopen. Hun belangstellingsboog staat vol tussen de warme ballen gehakt van Koos de kastelein en de nieuwe snelbinders. Ze gaan niet naar de kerk; maar, zeggen ze boven het groene laken, "er moet iets zijn." "Wat is mijn bal" is voor hen urgentere vraag. Per uitzending debiteren zij gemiddeld honderd gemeenplaatsen.
 
Wie de plaat koopt (no. 333.07 met ruis, twee clichés op zich) raakt via tien samenspraken over vakantie, kleding, fietsen, godsdienst, raadsels, kunst, de dood, aardig op de hoogte van wat de beide heren beweegt. Naar schatting zijn tienduizend ijzersterke clichés in de groeven gebeiteld.
 
Verwekkers en voogden van de kreukelaars zijn Wim de Bie (27, samensteller van "Uitlaat", Hagenaar) en Kees van Kooten (25, vroeger "Lurelei", thans schrijver van reclameteksten, Hagenaar). In De Bie's Amsterdamse vrijgezellenkamer met bloot aan de wand nemen de twee wekelijks een dialoogje op, via een geduldige NRU-bandrecorder; het geklos van biljartballen wordt geleverd door een plaat uit het radio-geluidenarchief.
 
Van oudsher
 
De Bie en Van Kooten zijn in hun radio-rollen onderling verwisselbaar. De teksten zijn hun niet op het lijf, maar op het cliché geschreven. Dat kost hun weinig moeite, want vroeger op de Dalton-hbs plachten zij elkaar reeds met gemeenplaatsen aan te spreken. Zij houden hartstochtelijk van het cliché (Kees deed later staatsexamen-hbs; hij kreeg een tien voor zijn opstel dat daarna in de Staatscourant werd gepubliceerd. Dat is later nooit meer vertoond. Van Kooten zette met redenen omkleed uiteen dat Zwitserland nooit kunstenaars zou voortbrengen, omdat passiviteit geen creativiteit oplevert. Voorzover bekend heeft de officiële publikatie van het opstel de diplomatieke betrekkingen met het land van de witte bergen en de witte lakens nooit in gevaar gebracht).
 
Van Kooten (hobby's vieuxtjes drinken en voetbalplaatjes verzamelen) zegt: "U zoudt het zo in ogenschouw moeten nemen: de clichémannetjes zijn de totale Droste-verpleegster. Wat toch is het geval: op zich is een strip al een cliché. Maar er is meer, het is een strip voor twee komische heren die clichés bezigen; en dan nog ter afsluiting van een programma. Voelt u waar ik heen wil? Het is de verpleegster op het pakje Droste-Cacao. Op dat pakje staat weer een pakje en daarop weer een. Ik zie één onafzienbare rij van cacao-onssen."
 
En Wim de Bie (gezocht mannetjes-maker bij de VARA, schepper van het Dagboek van een vogel op PS' tienerpagina) zegt: "Wat toch is het karakter van de Hagenaar. Hij is een kankerpit en hij is lui. Maar, zult u zeggen, de beide mannetjes van de keu en het ivoor, bewaren ons aller sympathie? Dan zeg ik, ja inderdaad, ze hebben dat bewaard. Ze hebben geen persoonlijkheid, ze horen de klok constant luiden, maar weten nimmer waar de klepel hangt."
 
En Van Kooten valt in: "Laten we het zo stellen: dit zijn de mannetjes die de bouwkundig tekenaar voor de architect aan zien en de landmeter voor de ingenieur. Ze hebben het zo goed door, vinden ze. Over politiek praten ze niet; dat maken die grote heren toch maar uit, die gooien elkaar de knikkers toe. Ze maken liever met hun lepel een kuiltje in de stampot voor de jus".
 
Wim de Bie (de voeten in veterloze instappertjes; schoeisel obsedeert de clichémannen): "het behoeft toch waarlijk geen betoog dat we hier te maken hebben met een extract. Naast de cacao het extract. Hetgeen het volgende wil zeggen: wat onze beide vrienden zeggen, kan men uit de mond van elke gebruiker van het openbaar vervoer of Horeca-bedrijven vernemen. Alleen bij onze vrienden is dat geconcentreerder. De aandachte luisteraar beleeft tien maal vijf gave minuten via de gevoelige naald. Ha, ha."
 
Kees van Kooten: "Vraagt u mij, of ik weet, wie de grammofoonplaat zal aanschaffen, dan zeg ik ja, en neen. Ja en neen. Hij kost 11,90 gulden. Dat kan ook voor de kleine beurs geen bezwaar zijn. Ik reken op de uitkijkers, de echte liefhebbers, die zeggen, drommels, er is weer iets in dialect en zo en verder de hippe mensen."
 
Uitlaat van deze zaterdagmiddag bevat een samenspraak over het begrafeniswezen. Kees zegt: "een niet-nader aangegeven familielid is naar zijn laatste rustplaats gedragen en terwijl de caramboles zich tot een keten aaneenrijgen, de hoge hoed op de rand van de tafel rust, mijmeren onze beide helden over de betrekkelijkheid des levens en de adeldom des doods." Het is de 32ste en de laatste is nog lang niet in zicht.
 
Tenslotte zegt Kees: "als meneer van de pers nu dadelijk zijn biezen heeft aangetrokken, zetten we ons met zijn tweeën rondom de schrijfmachine en maken wij in een uur tijds de tekst voor de volgende keer. Waratje, we zijn snelle werkers."
 
Maar daar steekt een mevrouw doctor Verwey-Jonker achter een late NCRV-microfoon een stokje voor. Haar lezing over het beeld van de vrouw in onze samenleving klinkt uit de Japanse transistor van Wim. Ademloos luisteren de twee naar de gedragen volzinnen voor leergierige nachtbrakerrs. Kees turft clichés. Na vijf minuten is hij op honderd.
 
Ook zingen
 
En Wim de Bie fluistert op de overloop: "Kees werkt aan een groot clichéboek en nog een andere primeur: binnenkort gaan de clichémannetjes zingen. De stembanden los; als je zingt kan je geen ruziemaken. Nou jij weer."
 
Dat toont weer aan: begin met een cliché en de boom wordt door een sneeuwbaleffect hoe langer hoe dikker tot men door het bos de bomen niet meer van de geiten kan scheiden en dan kan je uiteindelijk maar het beste knollen voor je geld kiezen. Wat is mèèn bal?
 

 
Terug naar Bibliografie