Lachen Is Gezond

Ondertitel:Tien jaar Kees (van Kooten) en Wim (de Bie)
Soort:Interview
Onderwerp:Lachen is gezond
Auteur:[onbekend]
Medium:Het Vrije Volk
Datum:02-04-1970
Pagina:21

Geef het nu maar, toe
ons strijden met
stilleverdrietvogels
defilee
goeieouwetijdzeggers
we hebben te vroeg
lompe zandtaarten
gebakken
zonzieke vlinders
gevangen
we filterden
stalenraamconstructies
zonder resultaat

KEES VAN KOOTEN
 
Manessier
want groen ruikt de zomer
en geel proeft het eiland van zon
in een pupil is groen is de zomer
in een lens is geel is de zon
in februari haarlemt het donder
bijten huizen de spits
af is de pijn van de doorn
de pijndoorn van jezus de schilder
het zwijgende pierement van water
drijft in het kroos van de dood
water is dood en groen de zomer
morgen een weelde van vormen
nacht een weefsel van pijn

WIM DE BIE

 
Twee gedichten, gepubliceerd in "Een 10 voor de 10-ers", (bloemgelezen in de Nederlandse schoolpers '58-59), betekenden het debuut van twee zich vervolgens in Nederland geducht als komieken met een grote K manifesterende Hagenaars: Wim de Bie (28) en Kees van Kooten (29).
 
Tien jaar stug volgehouden pionierswerk op het nog onontgonnen werkterrein van "het cliché" leverde tenslotte een boek op: "Lachen is gezond", dat uitgeverij Thomas Rap volgende week in prachtband op de markt brengt voor f 14.50.
 
Het boek is dik, maar het duo heeft in de afgelopen tien jaar dan ook niet stil gezeten: na het eindexamen (Dalton Lyceum) een paar jaar vruchteloos bezig met een cabaretgroep, vervolgens (in 1963) een eigen radioprogramma bij de VARA, waaruit de serie "De Clichémannetjes" groeide benevens schnabbelwerk links en rechts, totdat het tweetal zich vorig jaar definitief vestigde met "Hadimassa" (VARA-TV).
 

 
- Hoe is 't cabaret begonnen?
 
KEES: "Hoe zijn we begonnen? Met afzetten. Wij moesten toen, in de bloeitijd van het studentencabaret, toch niets van dat genre hebben? Wij hebben toch jarenlang vruchtloos geprobeerd ons van dat etiket te ontdoen?"
 
WIM: "Ik weet nog als de dag van gisteren dat bij de première van ons eerste programma in 60, Rinus Ferdinandusse in de zaal zat. Met Daan, z'n broer. Op van de zenuwen, waren we."
 
KEES: "Dat was Grapsgewijs. En de pers sprak van een vriendelijk scholierencabaret."
 
WIM: "Maar een jaar later waren we een heel stuk verder, vooral qua vorm: in bijna alle nummers stond een witgeschilderde keukentrap centraal. Te Hooi En Te Grap, heette dat programma en het was een extract van ons marmerkaftcahier. Je weet wel - het schrift met de tienduizend alfabetisch gerangschikte woordspelingen."
 
KEES: "Dat hebben wé tenminste bereikt in die tien jaar: ze zullen van ons geen woordspeling meer te pruimen krijgen."
 
- En toen?
 
KEES: "Ik geloof dat we beter kunnen beginnen met het werk dat ons voor het eerst geld ging opleveren. Dan vergeten we voor het gemak even alle overbruggende bijbaantjes zoals jouw etaleerwerk, mijn aardbeiengepluk, jouw boekverkoperschap en mijn seizoen-kelnerij, hoewel daar natuurlijk een stroom anecdotes over te verhalen zou zijn, maar goed: dat is een ander boek en je kunt niet op twee paarden wedden."
 
WIM: "Een oom van mij wist een gaatje bij de VARA en daar werd ik losgelaten op een programma dat Multiplex heette. Een programma zomaar zonder meer, nou vraag ik je. En in, dat Multiplex, dat al snel Uitlaat ging heten, ventileerden we onze eerste radiotekstjes en radiograpjes. En het moet gezegd dat we, voornamelijk thuis, als bommen insloegen. Was Multiplex een programma dat wekelijks in dertig seconden-tekstjes zomaar zonder meer alle ministers op hun nummer zette: Uitlaat propageerde van meet af aan de totale lulligheid."
 
KEES: "Even zonder arrogantie, maar daar lagen we toch jaren mee voor. Het zat in dit kleine landje nog potdicht, geen enkel gevoel voor dubbele bodems en wij zagen onszelf duidelijk een taak gesteld. Het was vanzelfsprekend niet eenvoudig om die budgetbeheerders aan het verstand te brengen dat uitgerekend wij met zijn beidjes de exponenten waren van iets dat zwanger in de lucht hing. Maar via zelfgeschreven en vanuit diverse plaatsen in het land door familieleden geposte adhesiebriefkaartjes, waar toen geloof ik nogmaar twee cents op hoefde te worden geplakt, wonnen we toch binnen korte tijd het vertrouwen van de belangrijkste mensen."
 
WIM: "De gevolgen bleven natuurlijk niet uit. Allereerst, de serie gesproken brieven van Tom van der Zee en Griend; de Tips voor Twintigers; en kort daarna de door jou op papier gezette Memories are made of ziss."
 
- En de Clichémannetjes. Lopen die niet als een Rode Draad door jullie werk?
 
KEES: "Als je nu naar de Rode Draad vraagt, dan ben ik toch geneigd de Lulligheid eruit te pikken. Die komt werkelijk overal in ons oeuvre om de hoek kijken. Clichémannetjes, Plannenmakers, Dagboek van een Vogel, Treitertrends. 't Is allemaal van een ongeloofelijke lulligheid. 't Gaat eigenlijk voortdurend over twee jongens die chronisch de boot missen, een duo dat altijd de klok hoort luiden maar nooit precies de klepel weet te hangen. Ik geloof dat de lulligheid, of het cliché, een onopzettelijk buiten normale proporties geplaatst stukje alledaagse werkelijkheid is."
 
- Dus de humor ligt eigenlijk op straat
 
WIM: "Niets is minder waar. Blijf jij maar rustig achter je bureautje zitten, want dat is de geboorteplaatsen van de bevrijdende lach."
 
KEES: "O zo! 99 pct. transpiratie en 1 pct. inspiratie."
 
WIM: "Wat je daar zegt is een goed voorbeeld van het ergerlijkste type cliché. Bon mots met de pretentie van een levenslesje."
 
KEES: "Ik dacht dat er nog een veel ergere categorie bestond."
 
WIM: "Ik weet wat je bedoelt. Dit waren anonieme aforismen, maar het wordt allemaal nog pijnlijker wanneer mensen andermans bonmots annexeren. Zeg maar ja tegen het leven. Dit was Brandpunt goedenavond.
 
- Het hangt er vanaf wie het zegt.
 
KEES: "Precies: de afzender. Want het heeft lang geduurd, maar Jan Publiek is de laatste jaren zo om de oren geslagen met het cliché en hij is er zo nadrukkelijk op gewezen dat het eventueel erg leuk kan zijn, dat die afzender langzamerhand van essentieel belang is geworden."
 
WIM: "Voorbeeldje. Een TROS-programma rond de Zangeres zonder Naam is pruimbaarder dan een dito programma van de VPRO."
 
KEES: "Ik geloof niet dat je verder kunt gaan. We maken noodgedwongen pas op de plaats voor dit dilemma: de beste clichés komen van mensen die ze zelf niet als zodanig ervaren. Terwijl wij de mensen, die niet uit onbegrip, maar juist uit begrip het cliché hanteren een buitengewoon warm hart toedragen."
 
WIM: "Het besef dat elke bodem in principe een dubbele bodem is, wint langzaam maar heel zeker terrein."
 
KEES: "We hebben ze wel steeds uitgeknipt en ingeplakt, al die stukjes waarin plotseling het woord cliché ging vallen, maar laten we ons zelf nou niet wijsmaken dat wij die dubbele-bodemalertheid in het leven hebben geroepen."
 
WIM: "Ik zou deze exploitatie van het cliché een typisch fenomeen van de jaren 60 willen noemen."
 
KEES: "En zoals dat hoort, ging de Kunst voorop. De zogenaamde popartkunstenaar ontdekte en isoleerde de mogelijkheden van het alledaagse cliché. Opgeblazen Hamburgers, sterk vergrote Cola-flesjes en de formidabele stripfragmenten."
 
WIM: "Eeuwenlang is de kunstenaar dwangmatig origineel geweest en nu is het de goede man, voor het eerst in de cultuurgeschiedenis, vergunt van elke oorspronkelijkheid gespeend werk te leveren."
 
KEES: "En wij kennen onze plaats in deze tijd. Toevallig hebben wij 't amusement als transportmiddel voor het cliché gekozen, omdat wij al vroeg beseften dat op deze manier, dus via radio en televisie, het bereikte publiek vele malen groter is dan het handjevol kunstgaleriebezoekers."
 
- Wie zijn nu eigenlijk de mensen achter de Clichétjes? Haha.
 
WIM: "Nou wordt,'t 'n interview. Interviews geven we helemaal niet meer. We zijn een beetje teveel in de pers geweest. Over-exposed. De Haagse Post wou van ons een cover-story, maken. Hebben we geweigerd. Waar moeten we trouwens over praten. Alles staat in het Boek."
 
KEES: "Ik zie twee manieren om de pers te gebruiken. Ten eerste kun je 'm uit de weg gaan. En ten tweede kun je al je interviews zelf schrijven."
 
WIM: "Een perfect staaltje van het eerste levert Bob Dylan, die zo weinig interviews weggeeft dat hij tot een mythe uitgroeit."
 
- Is dat de bedoeling, mythevorming?
 
WIM: "Welnee. 't Is eigenlijk heel onbelangrijk. Voor ons natuurlijk wel. Als je iets aan het Boek wilt doen kun je daar toch stukken uit overnemen."
 
KEES: "...and the rest is silence."
 

 
Terug naar Bibliografie