Illusie

Soort:Column
Onderwerp:Op hun pik getrapt 3
Auteur:A.J. van Dijk
Medium:NRC Handelsblad
Datum:22-11-1979
Pagina:11

Geachte mijnheer De Bie, ik verdien f 2631,94 per maand, als u beter begrijpt wat ik bedoel dan wat u wellicht zelf bedoelde met uw dubbelzinnige poging, afgelopen zondagavond om de beperking van televisie als communicatiemedium te doorbreken. Die poging vond ik des te opmerkelijker omdat u met uw geachte collega mijnheer Van Kooten telkenmale blijk geeft van een bewonderenswaardig inzicht In uzelf, het medium en het publiek. Wat u beiden in uw programma "Op hun pik getrapt" aan het ontwikkelen bent, losmaakt, opblaast, aanzwengelt en doorprikt getuigt mijn inziens van niet minder grote klasse dan de wijze waarop u dat doet, de vermomming waarin, de gelaatsuitdrukking waarmee, de bezieling waaruit u de alleen- en samenspraken op het scherm brengt.
 
Op het scherm dus.
 
Weliswaar pleegt dat scherm zich in onze huis- en/of slaapkamers te bevinden, maar dat houdt gode zij dank, c.q. helaas niet in dat wij, uw publiek, welke plek dan ook in onze woning met u delen, of moeten delen, of willen delen. Toen ik u, mijnheer De Bie, zondagavond in uw indrukwekkende eentje bezig zag de afstand tussen uw elektronische beeltenis en mijn kijkende en luisterende ik te slechten —, toen ik het beeld van uw vuist naar mij zag uitgestrekt, moest ik denken aan de titel van het onlangs verschenen boekje over kindertelevisie: "Ze kunnen me niet horen, want er zit glas tussen".
 
Dŕt wilde u niet weten en de manier waarop het beeld van uw ogen naar mij keek wekte de veronderstelling dat ik het niet mócht weten. U deed net of u er een grensoverschijdend programma van maakte en juist daardoor, denk ik, legde u de nadruk op het prachtige en tragische van televisie: de illusie. Wilt u wel geloven, mijnheer De Bie, dat mij tranen in de ogen welden toen u die map met rekeningen en zo voor u neerlegde alsof u hem echt binnen ons bereik bracht. Niet dat ik ook maar een sekonde nieuwsgierig was of ben naar uw geldelijke verdiensten. Maar als rechtgeaarde Nederlander ben ik mij bewust van het gewicht van zulk een gebaar. Mede dank zij uw en de heer Van Kootens zuiveringsacties op radio en tv mogen de media zo nu en dan gewoon doen. Slechts weinigen kijken nog op van een blote bil of schrikken van het werkwoord poepen. In de keurigstegezelschappen mag iets lullig worden gevonden en in Vara's zo beschaafde Rode Salon riep een dame zelfs... enfin, daar gaat het nou niet om. Des te feller dus vlamde de hoop toen u in uw communicatiedrift zóver ging dat u, de laatste resten van onze vaderlandse beschaving terzijde schuivend, uw financiële identiteit bloot wilde leggen. Maar ach, mijnheer De Bie, u sloot de map, schakelde over naar minder meetbare en dus veiliger zaken als liefde en vriendschap en liet de kijkers achter met de tweedimensionale illusie van een op het scherm om begrip smekend mannenhoofd.
 
Dat er glas tussen zat en zal blijven zitten, dat hoort nu eenmaal bij het spel. Maar dat u het liet bij die dubbelzinnige poging om desondanks de afstand tussen u en het publiek te overbruggen, daardoor, geachte heer De Bie, voel ik mij ten zeerste verneukt.
 

 
Terug naar Bibliografie