Waarheen? waarvoor? waarmee? waardoor?

Ondertitel:Dan gaat er een belletje rinkelen
Soort:Artikel
Onderwerp:Het nieuwe televisieseizoen
Auteur:Kees van Kooten en Wim de Bie
Medium:VPRO Gids
Datum:11-10-1997
Pagina:2-3


 
Voor Van Kooten en De Bie begint het nieuwe tv-seizoen (hun vijfentwintigste voor de VPRO) op zondagavond twaalf oktober. Op verzoek van ouders met kleine kinderen is de uitzendtijd verplaatst van half acht naar half negen ('liggen ze erin en is de afwas gedaan'). We vroegen de beide heren een inleiding te schrijven op de nieuwe reeks van twintig programma's.
 

(Foto: Harry Meijer)
 
In dit nieuwe televisieseizoen willen wij ons onder andere bezighouden met zaken waarvan u zich wellicht afvraagt of er geen belangrijker zaken zijn om je mee bezig te houden. Van die gewone dingen, waar je gedachtenloos aan voorbij gaat; om je honderd meter of vijf minuten verderop te realiseren dat je zojuist iets eigenaardigs hebt waargenomen.
Veel van die schijnbaar alledaagse, maar bij nader inzien enge nieuwe dingen treffen wij, al fietsend, op straat.
Dan gaat er een belletje rinkelen. Kent u het verschijnsel? U bent aan het fietsen en plotseling belt uw fietsbel. U zat er niet aan, u heeft beide handen stevig om de handvatten, maar bij het passeren van een kleine oneffenheid gaat zij ineens af en tingelt er een halve bel. Die zat er nog op, van de vorige keer. Toen heeft u blijkbaar vlak bij huis nog gebeld en is de verbogen belduim niet teruggeveerd in haar uitgangspositie. Op de gang heeft de fietsbel zich drie dagen zitten inhouden en die hobbel in het wegdek zorgt ervoor dat zij haar laatste bel kan afmaken; opgelucht, zoals baby na een klopje op de rug dat dwarszittende boertje kwijtkan.
Nu heeft de ervaring geleerd dat zo'n uit het niets bellende fietsbel ons dikwijls attent wil maken op een verschijnsel in de nabije omgeving. Vorige week zondag was het ineens De Bie zijn bel die op eigen houtje belde. Instinctief keek Van Kooten om zich heen en toen zagen wij de eerste: de lege bewegwijzeringspaal. 'Moeten zeker nog plaatsnamen op gescreend'. dacht De Bie.
Maar op het volgende kruispunt stond er weer eentje. Een paal vol lege borden. Wij cirkelden er voorzichtig omheen en zagen dat de andere kant van de richtingvlakken gelukkig nog wel van plaatsnamen was voorzien. Terug in onze bebouwde kom telden wij acht eenzijdig blanco palen en begonnen wij nattigheid te voelen. Wat stak en wie zaten hierachter?
De ANWB bleef het antwoord schuldig. 'Die palen gaan wij helaas niet meer over'. Wij belden het ministerie van Verkeer en Waterstaat en op onze klacht dat het toch buitengewoon onhandig en tijdrovend is wanneer je aan de loze zijde van de paal niet langer kunt zien waarheen de nangewezen wegen leiden, antwoordde een ingenieur Nelissen dat het hier om een proef ging.
Een proef? Wat werd er dan gemeten? Nieuwe botsingen? Ons oriŽntatievermogen? Effect ontmoedigingsbeleid spookrijders? 'Ja kijk, de hele bulk bewegwijzering is geprivatiseerd', zei de heer Nelissen; 'ik moet u verwijzen naar Europole in Schiedam. Die doen die palen.'
 
De woordvoerder van de firma Europole wilde vooropstellen dat wij het ons in dit overvolle Nederland niet langer kunnen permitteren de nog beschikbare lege ruimte, in al haar gedaanten, mits op verantwoorde wijze, onbenut te laten. Hij omschreef zijn paal als een nieuw medium met gigantische mogelijkheden. Het sprak vanzelf dat de weggebruiker recht houdt op zijn bewijzering, aan de voorkant blijven de plaatsnamen voorlopig helder aangegeven in het vertrouwde blauw, maar het vrijemarktmechanisme scharniert onherroepelijk richting billboarding achterzijde pijlvlakken.
Wij zeiden dat wij in de oude borden aan de verkeerswijzerpalen met hun dubbele aanduidingen nooit een voor- en een achterkant hadden onderscheiden en dat beide zijden ons even dierbaar en van nut waren.
De fabrikant begreep dat het wennen was maar hij verzekerde ons dat de weggebruiker heel snel al niet beter meer zou weten.
'Dan komt er natuurlijk weer reclame op te staan', huiverde Van Kooten; 'dus dan wijzen Gamma en McDonald's en Albert Heijn hoe we zo snel mogelijk bij ze kunnen komen.'
'Inderdaad', zei de man van Europole; 'er komt over alle linies meer kleur in ons paalbeeld, maar u kunt ook denken aan ideŽle kreten. Greenpeace, Loesje, de Kerken. Persoonlijk zou ik graag poŽzie zien op mijn paal. Of een paar regels van Wayne Dyer. Of gewoon een gekke kreet. Maar nu ga ik misschien te kort door de bocht, want dat is een zaak van de gemeente. Er komt natuurlijk wel een prijskaartje aan deze paal te hangen. Ik zat net in een begroting.'
 

(Foto: Harry Meijer)
 
Een dag later fietsten wij knarsend rond. In ieder blanco paalpijlvlak projecteerden wij een manke gedachte, maar we slaagden er niet in de sturende, troostende leuze die ons in maximaal vijf woorden vertelt waar wij in Nederland naar op weg zijn en of wij zo goed gaan, kort en bondig te formuleren.
'Moet het wel ťťn kreet zijn, is dat niet hopeloos achterhaald?', filosofeerde De Bie; 'typisch het slogandenken van de Jaren Zeventig: 'Nederland uit de NAVO!, of 'Hi Ha Hondenlul!'. Vijfentwintig jaar geleden zouden wij de spreuk 'Leef met vlag en wimpel, maar hou het simpel' hebben voorgesteld.'
'Nee, dat kan niet meer', beaamde Van Kooten: 'zo simpel blijkt de wereld niet in elkaar te steken. Mijn hemel, willen we dus een beetje neo-postmodern uit de hoek komen, dan hebben we zo'n twintigduizend spreuken nodig!'
Onder de indruk van het gewicht van onze missie, fietsten we zwijgend verder. Plotseling klonk een heldere tring door de waterkoude herfstlucht. Ditmaal was de fietsbel van Van Kooten spontaan 'afgegaan'. Nieuwsgierig keken wij om ons heen. In het naburige weiland zagen we een kluwen mensen bijeengegroept. Ons achterop komende fietsers wierpen hun rijwielen in de berm en maakten aanstalten het prikkeldraad over te klimmen.
 
'Wat is er aan de hand?', vroeg Van Kooten aan een man die een radiootje tegen zijn rechteroor hield geklemd. 'Een parachutist... Scherm ging niet open... Neergestort... Gat in de grond... Lekker kijken...', hijgde de man, terwijl het prikkeldraad een enorme scheur in zijn plastic regenpak trok.
Geschrokken fietsten wij zo hard mogelijk verder. 'Moeten we geen ambulance bellen?', riep Van Kooten staande op de pedalen.
'Welnee, dat is allang gebeurd', suste De Bie onze gewetens; 'bovendien zouden we het niet meer doen: de autoriteiten waarschuwen. Dat hebben we in het verleden veel te vaak gedaan. Zonder dat het iets uithaalde.'
'Is waar', haalde Van Kooten opgelucht adem; 'voor die parachutist hoeft het ook niet meer. Komt overigens steeds vaker voor, schermen die niet open gaan. Hoe noemen we een parachutist die zonder scherm naar beneden komt?'
'Ah! Zo ken ik je weer. Dat is onze taak: voor zo'n hedendaags verschijnsel een goeie naam verzinnen', prees De Bie.
'Een paradropper?', opperde Van Kooten; 'een zelfbegraver? Een geval van Ikarus?'
'Als we nog even doorfietsen', stelde De Bie voor, 'dan hebben we de onderwerpen voor onze eerste uitzending op twaalf oktober nog vůůr donker bij elkaar.'
 
ZONDAG, NED. 3, 20.34 UUR
 

 
Terug naar Bibliografie