Televisie-Achteraf

Ondertitel:Politiek
Soort:Recensie
Onderwerp:Van Kooten & De Bie 5 - Boekenweek
Auteur:Henk van Gelder
Medium:NRC Handelsblad
Datum:17-03-1986
Pagina:2
Bron:Delpher link

Opeens kwam de aap uit de mouw. "Je stemt uiteindelijk op mensen en niet op een partij", zei Jan Lenferink zaterdagavond tegen Hans van Mierlo en de lijsttrekker sprak hem niet tegen. Zo benadert de modale tv-presentator de politiek dus: als een zaak van mannetjes en vrouwtjes die al of niet een aardig plaatje maken - en niet meer als een kwestie van ideeŽn en opvattingen. Geen woord over de gedachten van D66 in RUR, de tweewekelijkse produktie van Rob Out International BV. Geen woord ook over het feit dat Veronica, ooit begonnen met een stevig contingent VVD'ers in het bestuur, langzaam opschuift in de richting van D66. Niet omdat de filosofie van die partij zoveel beter zou zijn dan die van de VVD, maar vooral omdat de geur en dynamiek Van Mierlo nu eenmaal meer aankleeft dan Van Aardenne.
 
"Je kan tegenwoordig geen programma meer aanzetten of je ziet politici", zei Lenferink ook nog, om vervolgens aan de populariteit van een van hen verder te bouwen. Het was waar, want gistermiddag verscheen minister Ruding met groene ijsmuts en groene sjaal in Brandpunt, gefilmd op verkiezingstournee voor het CDA, en gisteravond kon zijn collega Brinkman ó in de weergaloze gedaante van Kees van Kooten - evenmin nalaten zijn partij voor woensdag in de aandacht aan te bevelen.
 
De manier waarop Brandpunt de minister van financiŽn volgde, zou men vroeger de typische VPRO-aanpak hebben genoemd. Wezenloze antwoorden op quasi-vriendelijke vraagjes en inmiddels de bewindslieden voor paal laten staan in hun Hollandse onhandigheid als het om propaganda gaat. Die werkwijze is nu zozeer gemeengoed geworden dat de VPRO er zelf nauwelijks een nieuw antwoord op heeft. De onmacht van Emile Fallaux sprak boekdelen. In een eerste reisbrief vanuit het Binnenhof kwam hij niet verder dan wťťr diezelfde sfeerbeelden van verkiezingsevenementen, Haagse recepties en droevige vergaderzaaltjes. De opzet leek duidelijk: verslag te doen alsof het hier een curieuze samenleving in een exotisch land betrof. Maar deze samenleving kennen wij toevallig als onze broekzak en daardoor werd Fallaux een rare aansteller, die alleen maar registreerde wat wij al lang weten.
 
Nog meer aanstellerij, gisteravond. De heren Runderkamp en Salverda hadden een zaak van jewelste te pakken, zo leek het. Hun aan fictie ontleende vormgeving speelt hen echter parten; zij presenteren hun feiten zo dat geen mens erin kan geloven. Er schijnt heel wat aan de hand te wezen, maar het fijne ervan lees ik vandaag hopelijk in de krant. Schreven zij hun stukken nog maar in Vrij Nederland.
 
En wat moet ik in vredesnaam met die veel te lange cabaretsketch van Bert Edelenbos over de moeder van een Aids-patiŽnt? Natuurlijk: het homo-cynisme over de bekrompen paniek lag er dik bovenop, maar de grappen waren net zo muf als het milieu en de hoofdrolspeler leek mij een uitgesproken flets acteur. Even ging het niet over politiek, dat was nog het aardigste.
 

 
Terug naar Bibliografie