Zo mag ik 't zien

Soort:Recensie
Onderwerp:Op hun pik getrapt 7
Auteur:Cor van de Poel
Medium:Leeuwarder Courant
Datum:11-02-1980
Pagina:2
Bron:Delpher link

Koot en Bie waren gisteravond beter dan ooit. Het duo op de pik getrapte heren schopte weer wild, doch trefzeker om zich heen. Bie moest de kaderbijeenkomst van het Simplisties Verbond geheel alleen leiden, want Koot had afgehaakt om hoofd amusement van de IKON te worden. Een werkkring, waaraan hij de handen vol heeft, nu bijvoorbeeld de maffe uit India geÔmporteerde meditatie van de Bagwan beweging via IKON wordt uitgezonden. Koot heet dan nu ook Sinatra Tahamata. IKON-presentatrice Dorť Smit is ma Raffia en vragensteller Wim Neyman, die geen vragen meer stelt, want hij weet nu, is Swami Tomado.
 
Koot maakte de Oosterse geestelijke roerselen erg mooi duidelijk. Zijn observatie van de meditatieleider in het IKON-programma "Wat gebeurt er nou?" was meesterlijk. Het halfzachte typetje met z'n slijmerige dooddoener werd keurig neergezet. In een gesprek van man tot man werd Bie er terecht doodzenuwachtig van. Hij noemde die meditatie "stervensbegeleiding om je ego te verliezen" en riep voorts: "Binnen een paar jaar zullen we lastig gevallen worden door honderdduizenden religieuze fanaten en vallen we in handen van kwakzalvers en gebedsgenezers". En tenslotte: "Er zijn drie manieren om van het leven afscheid te nemen: in de kist, in de oven en in de Bagwanbeweging". Laat het aan ieder gezegd wezen.
 
Van een superieure kwaliteit was de parodie op de leerstelligheid en arrogantie van zogeheten alternatieve geneeswijzen, die in de media van de vluchtige soort voortdurend de kop opsteken. In de SV-rubriek "Van beter weten" werd de nieuwe zoetstofwisselingstherapie toegelicht, die wordt uitgevoerd met jams, honings, en chocopasta's en waarbij de behandelende geneesheren verdacht veel leken op een bekend Haags gangsterduo. Leuk voor de mensen, maar het aantal schuimbekkende mediavogels moet zo langzamerhand in de tientallen lopen.
 
Han Verhagen had in zijn nieuwe serie "Uit de volksmond", eveneens bij de VPRO, een interview met een "inmiddels gestorven" bejaarde veenarbeider. Zijn gruwelijke verhaal heeft mij toch iets minder kunnen boeien dan het voorgaande gesprek met de gebroeders Henkes.
 
De NCRV kwam met het programma "Voor wie dit hoort" over de op 32-jarige leeftijd in 1928 gestorven dichter Paul van Ostayen. Dat wil zeggen er werd "poŽzie hardop gezongen" waarin toneelspelers en muziek zich erg prominent lieten gelden en er weinig van de dichter overbleef. Voor de poŽzie van Van Ostayen is de grafische vormgeving kenmerkend en wezenlijk. Ideaal om daarvan gebruik te maken op tv zou men zeggen en de toneelspelers en pianist een beetje terzijde te houden. Maar nee hoor, Van Ostayen werd ondergesneeuwd met de opdringerige artistiekerige hoogstandjes van opzeggers, die van hun gezond niet weten, hetgeen natuurlijk ook voor de regie en de poŽtische adviseur geldt.
 
Ik vind het eigenlijk wel jammer, dat een documentaire als "dood gaan we allemaal" is uitgezonden binnen het beperkte kader van "Open schooltijd" op zondagmiddag. Het produkt had op een kijkdichtere tijd wat meer belangstelling kunnen trekken. Het doodgaan, waaraan wij allen lijden, is een taboe zoals in dit themaprogramma duidelijk werd gesteld.
 
Hoe maak je het de kijker duidelijk, dat de dood en alles wat er bij hoort bespreekbaar moeten zijn en evenzo tot het leven behoren als liefde en geboorte? Die vraag is natuurlijk niet te beantwoorden in een documentaire van twintig minuten en een korte beschouwing met enkele deskundigen. Daarin school meteen het manco van het produkt "Dood gaan we allemaal" dat een op zichzelf overzichtelijk beeld gaf van wat er na de dood voorafgaat aan de crematie. Een erg zindelijk beeld ook, waaruit door een droog verslag veel emotie was geŽlimineerd. Desondanks kan men zich voorstellen, dat mensen, die in eigen kring kortelings met de dood zijn geconfronteerd, er moeite mee gehad zouden kunnen hebben. Het was daarom op z'n plaats de kijkers van tevoren te waarschuwen omtrent de aard van het programma, zoals het ook juist was, dat na afloop telefonisch vragen gesteld konden worden.
 
De discussie achteraf, waaraan werd deelgenomen door de prof. dr. A. de Froe, antropoloog te Amsterdam en de bekende omroeppastor ds. A. Klamer, was te kort om antwoord te geven op de vele vragen, die opkwamen. Nu werd de belangrijkste vraag over de functie van de rouw en het kwijtraken van emoties slechts aangestipt. In ieder geval maakte ds. Klamer de wijze opmerking, dat het in toenemende mate voorkomende "de crematie is in alle stilte geschied" het voor vele rouwenden onmogelijk maakt samen met anderen hun treurnis en rouw te beleven en verder te kunnen. De verdienste van dit programma was, denk ik, dat het weer wat heeft bijgedragen het taboe van de dood wat meer bespreekbaar te maken.
 

 
Terug naar Bibliografie