Televisie En Radio

Ondertitel:Uren U ook leuk zonder Postema televisie
Soort:Recensie
Onderwerp:Op hun pik getrapt 7
Auteur:Johan Diepstraten
Medium:De Volkskrant
Datum:11-02-1980
Pagina:7
Bron:Delpher link

"Dames en heren, ik weet bij god niet wat ik aan het doen ben", moet Anneke Bouman in de jaren zestig als presentatrice van VARA's Achter het Nieuws eens geroepen hebben. Ruim tien jaar later volgde zij Koos Postema op en in die eerste aflevering van Een ander Uur U vergat zij dat er tijdens de uitzending drie mensen aan de telefoon zaten om de vragen uit het land te noteren. "Ik ben nog geen Koos, ik schijn de tijd niet goed in te delen", verontschuldigde zij zich een paar minuten voor het einde en behandelde op de valreep nog een paar opmerkingen van bellende kijkers. lemand die bij een misser zo ad rem reageert is toch een talent.
 
De ijzersterke formule van Een groot Uur U is natuurlijk voor de nieuwe serie Een ander Uur U gehandhaafd. Er zijn een paar zekerheden die er voor zorgen dat zulke uitzendingen altijd wel aardig zijn om naar te kijken. De nieuwe presentatrices, Hedy d'Ancona, Germaine Groenier en Ella Reitsma kunnen er niet zo gek veel aan verknallen.
 
Interviewers zijn in eerste instantie aangevers en het zijn de gasten die het programma maken. Zij worden door de Uur U-redactie met zorg geselecteerd. Altijd zijn er de deskundigen die populaire oordelen over het onderwerp aanpakken en leken die met het probleem te maken hebben. Voor de aflevering over slapen (vrijdag) waren mensen die in ploegendienst werken uitgenodigd, en een echtpaar dat elkaar wakker houdt met snurken. Uit de grote hoeveelheid telefonische vragen zijn altijd wel een paar opmerkelijke te halen. Dat is al jaren de opzet van de Uren U en die voldoet.
 
Ook al is Koos Postema vertrokken, de Uren U zullen er niet onder lijden. Anneke Bouman mist routine, liet af en toe de mensen erg lang praten, maar ondanks dat was het debuut heel behoorlijk. Het gaat per slot van rekening om de verhalen en ook zij kreeg ze te horen. Het mooiste ging over de slaapcursus. Iemand vertelde hoe hij met de assistente van een psycholoog een paar middagen in een café had doorgebracht en toen hij eindelijk eens aan die slaapcursus wilde beginnen, bleek die al te zijn afgelopen. En inderdaad, na een paar maanden was zijn slaapprobleem verdwenen.
 
Zulke verhalen doen het altijd en iedereen heeft allicht wel wat te vertellen. Netty Rosenfeld bewees dat jaren geleden met haar programma Landgenoten, waarbij ze op een willekeurige plaats in Nederland ging praten met anonieme Nederlanders. Hans Verhagen doet nu hetzelfde met zijn serie In de Volksmond.
 
De eerste aflevering met de gebroeders Henkes was niet opzienbarend. Beter was gisteravond zijn gesprek met Albert van Wijk. Verhagen probeert los te krijgen, roert veel onderwerpen aan en blijft bladeren in het familie-album, in de hoop dat er dingen gezegd worden die bruikbaar zijn. Gisteravond was het begin rommelig en het duurde ongeveer een kwartier voor je wist waarom juist Van Wijk uitgekozen was om over zichzelf te vertellen.
 
"Het is meestal zaagsel, verstand is er niet meer," en wat volgde was een aaneenschakeling van opvattingen waaruit moest blijken dat het nog eens heel slecht met de mensen zal aflopen. "We leven alleen op zuurstof en ook dat maken ze al kapot." Zijn hele leven had Van Wijk geploeterd voor een woning en nu wordt er vijftig gulden van zijn pensioen als straf ingehouden. "Ze trappen je nog steeds, tot je laatste snik word je geplaagd." En de regering kwebbelt "en verder doet ze niets." De vakbond? Weg ermee. De mensen die geloven in God en bang zijn voor de dood? Klootzakken zijn het.
 
Om het portret zo volledig mogelijk te krijgen liet Hans Verhagen zich alles aanleunen. Hij hoorde de jammerklachten aan en ging natuurlijk niet in discussie. Uit de volksmond is niets meer dan de titel aangeeft: tragische verhalen van mensen die tot heden weinig reden hebben om vrolijk door het leven te gaan. Aan het andere uiterste Sinatra Tahamata, een fantastische persiflage van Koot op de modieuze Bhagwan-rage, moet je trouwens ook niet denken.
 

 
Terug naar Bibliografie