Televisie en Radio

Ondertitel:Tv-scherm als bron van soelaas
Soort:Recensie
Onderwerp:Op hun pik getrapt 8
Auteur:Frits Abrahams
Medium:De Volkskrant
Datum:03-03-1980
Pagina:4
Bron:Delpher link

Twee geslaagde pogingen dit weekeinde op de tv om de Grote Boze Wereld tijdelijk buiten te sluiten: het wereldkampioenschap schaatsen en Koot en Bie naar Nieuw-Zeeland. Nare dagen hadden we achter de rug: economische crisis, Surinaamse stokslagen en Ansterdamse barricades, maar zondagmiddag waren we alles vergeten en konden we eindelijk weer eens, huilend in elkaars armen, het Wilhelmus zingen. Wim Kok kon ons nog meer vertellen, want de dagen van Ard en Keesie waren weergekeerd, zoals Mart Smeets en Leen Pfrommer ontroerd vaststelden.
 
Als het Nederlandse volk zondagmiddag voor de ontknoping op de tien kilometer had kunnen kiezen: handhaving van de koopkracht of een wereldtitel voor Van der Duim, zou tachtig percent voor het laatste hebben gekozen. Dit kampioenschap was dan ook een ware meesterzet van de regering-Van Agt: "Hoe kan dat nou?" vroeg Smeets aan Pfrommer na de triomf van Van der Duim. Pfrommer bleef het antwoord schuldig, zoals al die andere ingewijden die jarenlang hebben volgehouden dat Van 't Oever een zwakzinnige coach is en Van der Duim een slapjanus.
 
We komen er nooit uit als we de verklaring niet op het politieke vlak zoeken. De Nederlandse regering loopt voorop in de steun aan Amerika voor een Olympische boycot, president Carter ontvangt Eric Heiden en drie dagen laten reizen prinses Beatrix en Van Agt naar Heerenveen om de afspraken te bezegelen.
 
En zie: Heiden lijdt braaf de enige nederlaag uit zijn carričre. Hoe moeten we deze Amerikaanse tegenprestatie betitelen? Als een toelaatbaar vriendschapsgebaar van een NATO-bondgenoot of als een verwerpelijk geval van sportief-politieke combine? Ik houd het op het eerste, want uiteindelijk hebben we allemaal hetzelfde goede doel voor ogen: de Rus eronder te houden.
 
Het zal een heidens karwei worden voor W. L. Brugsma, prof. Röling en dr Constandse om ons weer in de gewenste apocalyptische stemming te krijgen. Al hun artikelen had ik zaterdagavond gelezen, om bij de onvermijdelijke vraag te belanden: "In welk land zijn we nog veilig?" Australië en Nieuw-Zeeland, besloot ik.
 
Waarmee ik maar wil zeggen dat Koot en Bie weer schitterend alert reageerden op het als een vuurstorm om zich heen grijpende doemdenken van de laatste tijd. Je kunt geen krant meer lezen en geen mens meer spreken of het leidt naar de Laatste Klap, die volgens Constandse omstreeks 1985 zal worden uitgedeeld. Vooral de stelligheid van die beweringen springt in het oog. Zo schreef Brugsma die nog altijd een auto heeft zaterdag in de NRC "De man die zijn auto voltankt geeft er zich geen rekenschap van dat hij de nucleaire oorlog een fractie van een seconde naderbij brengt."
 
Deze achtste aflevering van "Op hun pik getrapt! was wat mij betreft de beste uit de serie die tot aan de zesde zeer wisselend van niveau was. De uitgangspunten waarmee Koot en Bie deze reeks begonnen, hebben zij zo goed als verlaten. Ze treden weer op zonder publiek en de nerveuze tirades over allerlei onderwerpen zijn eveneens verdwenen. In beide gevallen terecht: er ontstond geen wisselwerking met het publiek en de stroom van boze uitvallen had vaak een te moraliserend effect.
 
Zoals zoveel komieken, wilden Koot en Bie eens "iets anders", maar kwamen ze tenslotte toch weer uit bij hun sterke punten van weleer: de sketch, de satire, het typetje. De vormgeving van zo'n hele uitzending is echter zo apart dat je niet het gevoel krijgt naar routineuze grappenmakers te kijken. De vorige en vooral deze laatste waren thematische uitzendingen: alles was met elkaar verweven, geen onderdeel stond op zichzelf. Dat is geen voorwaarde voor een goede uitzending, maar wel een bewijs van vindingrijkheid als het lukt. Via minimale, technische middelen en een korte produktietijd tonen Koot en Bie aan dat geld- en tijdgebrek een slecht excuus is van slechte programmamakers. Dankzij Kees, Wim en Hilbert hoeven we ons tot 1985 niet te vervelen.
 

 
Terug naar Bibliografie