Tv-praatje met premier te vaak nietszeggend

Ondertitel:Hilversum
Soort:Recensie
Onderwerp:Op hun pik getrapt 8
Auteur:Hans van Reijsen
Medium:Algemeen Dagblad
Datum:04-03-1980
Pagina:9
Bron:Delpher link

Openheid en openbaarheid zijn moote begrippen, als er tenminste ook inhoud aan wordt gegeven. Daarom mag wat mij betreft het wekelijkse televistepraatje met de minister-president onmiddellijk worden geschrapt.
Het is te vaak een schoolvoorbeeld van nietszeggendheid, in de letterlijke betekenis van het woord. Zelden of nooit heeft een minister-president in de hem beurtelings door alle omroepen toegekende zendtijd iets gezegd, dat ook maar enigszins de moeite van het aanhoren waard was. Vrolijk gebabbel, al of niet met een glimlach om de lippen, is het maximaal te bereiken rendement en daarmee is het afgelopen.
 
Wie afgelopen vrijdagavond het gesprek tussen de heer Van Agt en Henk van Hoorn in "Wat voor weer zou het zijn in Den Haag" heeft gezien, kan niet anders dan tot eenzelfde conclusie komen. Guitige mondjes trekkend en de zinnetjes zo fraai mogelijk formulerend zei de heer Van Agt helemaal niets.
Hoe ook geprobeerd werd hem tot een echte uitspraak of ook maar iets van waarde te ontlokken, het hielp geen snars. Zo'n tien minuten werden verbeuzeld met non-informatie.
Nou hoor ik in de verte de morrende menigte al weer zeggen: "Zo'n man kan in het landsbelang het achterste van zijn tong niet laten zien." Maar ik denk dan toch dat hij - als hij niets wil zeggen - ook de grootheid moet opbrengen om dat van te voren te laten weten.
 
En zo hij dat niet zou doen, dan is een programmamaker verplicht zich er van te voren van te vergewissen of zijn zendtijd op de juiste wijze wordt gevuld. Routinematig, iedere week maar weer een plaats inruimen voor iets waar geen kijker wat aan heeft, is niet juist.
Net als bij alle andere programma's moet de maker vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid een beslissing nemen over wel of niet uitzenden. Hij moet zich vooraf goed informeren over de waarde van een gesprek en dan tot een besluit komen. Zoals het nu gebeurt wordt te vaak zendtijd vermorst.
Toch was de tweede aflevering van "Wat voor weer zou het zijn tn Den Haag" in het algemeen iets aantrekkelijker dan de eerste. Er zat meer evenwicht in en het klopte voor wat betreft het uiterlijk van het programma ook beter.
 
Om nu echter al te zeggen dat het een goed programma is gaat ook weer te ver. Het ronde-tafelgesprek aan het einde bijvoorbeeld was van een ongekende stupiditeit. Platte algemeenheden over Dolle Mina - daar ging het gesprek over - vulden de discussie en dat gespreksleider Van Hoorn daarbij niet ingreep, was bijzonder jammer, om maar eens een eufemisme te gebruiken.
Overigens gaat het met de Goed Nieuws Show van Sonja Barend niet de goede kant op. Niet alleen is het uitgangspunt - goed nieuws brengen - helemaal losgelaten, het wordt ook steeds meer een soort: "Voor de vuist weg".
 
Wat in hemelsnaam mot je als kijker nou met het presenteren van een man die cyclamen en narcissen kan haken? En wat moet je met artiesten die hun gezicht alleen maar komen laten zien, als promotie voor optredens die ze in het land gaan verzorgen?
 
Het is allemaal te gemakkelijk, te veel sjabloonwerk, te weinig inventief. Ook een discussie over de gevaren van roken en hoe je de jeugd van roken af moet brengen, leverde niet meer op dan wat al eerder via andere media tot de mensen was gekomen en het geheel devalueerde daarmee tot beneden de middelmaat. Zou een veertiendaagse frequentie dan toch te zwaar zijn voor de makers van deze show?
 
Niet te veel op tv komen, levert dikwijls kwaliteit op. Koot en Bie zijn er levende symbool van. Eenmaal per weken laten ze hun creativiteit op de mensen los en dan is het ook fantastisch raak. Hoe zij bijvoorbeeld zondagavond hun hele programma wisten te doorspekken met de door de doemdenkers voorspelde derde wereldoorlog in 1983, getuigde van geniaal televisie kunnen maken.
 

 
Terug naar Bibliografie