Kronkel

Soort:Kronkel
Onderwerp:Op hun pik getrapt 4
Auteur:Simon Carmiggelt
Medium:Het Parool
Datum:12-12-1979
Pagina:3
Bron:Delpher link

Zondag, na het avondeten, pakte ik de tv-gids en vroeg aan mijn vrouw:
 
"Wat wil je zien? Aan de ene kant is "Rebecca", de schok der herkenning van alle trutten op aarde, die bang zijn voor de arrogantie van te rijke mensen. En aan de andere kant zijn Koot en Bie nog steeds op hun pik getrapt."
 
Ze haalde haar schouders op.
 
"Ach, kies jij maar," zei ze.
 
"Dat zeg je elke avond."
 
"Ik ben inschikkelijk."
 
"Dat ben je heleml niet," riep ik. "Je bent, integendeel, in hoge mate eigenwijs en onbenvloedbaar."
 
Nu keek ze verbaasd.
 
"Het klopt niet erg met je constatering dat ik elke avond 'Kies jij maar' zeg," vond ze.
 
"Dat is geen bewijs van inschikkelijkheid. Als ik een avond niet thuis ben omdat ik naar de een of anders vergadering moet, wat doe jij dan?"
 
"Waar ik zin in heb."
 
"Juist. En als ik, aan het eind van de avond, thuiskom en vraag wat je hebt gedaan, dan zeg jij nit: 'Lekker naar de televisie gekeken. Nee, je laat dat ding uit, als je mag doen waar je zin in hebt. Je kijkt niet zo graag. Ik wel. Dat weet je en daarom ben je zo tolerant. Je denkt pragmatisch: 'Ach, die man vindt dat nu eenmaal leuk en ik leef met die man, dus laat hij het maar doen.' Ik speel hierin de rol van een huisdier. Als ik geen man was, maar een hond, die aldoor in een bepaalde stoel wil liggen, zou je ook denken: 'Ach, dat wil dat beest nou eenmaal.' Je bent dus niet inschikkelijk omdat het je natuur is, maar omdat het je niks kan schelen."
 
"Nou, dat is toch k inschikkelijk?" vond ze. "Waar haal je dan vandaan dat ik in hoge mate eigenwijs en onbenvloedbaar zou zijn?"
 
"De pillen!" riep ik.
 
Ze wendde het hoofd af.
 
Want ze wist wat er kwam.
 
Het klimmen der jaren gaat bij mij en bij mijn vrouw gepaard met enige lichamelijke onvolkomenheden waaraan dokters, recepten en pillen te pas gekomen zijn.
 
Hr assortiment is uitvoeriger dan het mijne.
 
Ze bewaart alle potjes met pillen die zij voor het slapen gaan moet slikken, in een kast die z dicht naast haar bed staat, dat de deur maar een kiertje open kan. Elke avond tast ze dus met n hand in den blinde. Soms heeft ze meteen het goeie potje te pakken, maar vaak het verkeerde. En zo nu en dan glijdt zo'n potje uit haar tastende hand en vallen alle pillen op de vloer en onder het bed. Daar moet ik, plat op mijn buik, dan heel lang naar zoeken. Telkens als ik dat doe roep ik:
 
"Dr, nog geen meter verder, staat een kast die wl helemaal open kan. Waarom zet je die verdomde pillen van jou daar niet in?"
 
Ze geeft dan nit antwoord. En haar pillen blijven achter de kier.
 
"Nou ja, da's wat anders..." zei ze nu in de huiskamer, nog steeds met afgewend hoofd.
 
"Ja. Weet je waarom het iets anders is? Omdat je denkt: "t Zijn mijn pillen. Daar heeft die vent geen donder over te zeggen. Als ik ze achter die kier wil bewaren, dan doe ik dat.' Terwijl je wt dat die andere kast veel praktischer zou zijn. Met andere woorden - je bent helemaal geen inschikkelijk vrouwtje. Je bent een feministe-in-burger. Je gaat niet naar het Vrouwenhuis, om lekker met de andere dames gelijk te hebben. Nee, je blijft moedig, in je eentje, aan het front, om te vechten tegen het bazige monster man, dat je wil overhalen je bloedeigen pillen op een veel betere plaats te zetten. Zo zit dat."
 
Ze glimlachte tegen me, maar ze zei niks.
 
"Ik doe nu de televisie aan," riep ik. "Koot en Bie. Wil je ze ook zien?"
 
"Ja hoor,,' zei ze, "maar mijn pillen blijven staan waar ze staan."
 
"Daar twijfelde ik niet aan. Wil je met kerstmis een abonnement op het feministisch maandblad 'Opzij' van me?"
 
"Nee," zei ze, "ik organiseer me niet. Ik blijf een stille."
 

 
Terug naar Bibliografie