Uit het dagboek van een vogel 16


Naam: Uit het dagboek van een vogel 16
Verschenen in:Het Parool
Pagina:13 (PS)
Datum:17-09-1966
Auteur:Wim de Bie
Jaargang: Uit het dagboek van een vogel (1966)

Overige informatie
Verschenen in:
- Lachen is gezond (1970)


VIER WEKEN SAMENGEVAT. Daar zijn we weer. Sorry, mijn handschrift is nog wat beverig, maar na vier weken ziek zijn is 't of je weer schrijven moet leren. Vier weken plat, wat een ellende. En er is zo krankzinnig veel gebeurd, te veel om in te halen. De hele scène is veranderd. De piratenzenders brengen voor mij onherkenbare muziek. De hitlijsten van Cash Box en Reccord Mirror zijn moeilijk leesbaar geworden. H. gaat trouwen. In de A.straat is al weer een 'hippe' modezaak geopend, die al weer waardeloze spullen verkoopt. S. is gegrepen bij het jatten van een LP. Maar bij dump Ome Kees van Diest hangen op de 2de etage achteraan rechts, hele toffe jasjes. H. gaat trouwen met A. De Beatles LP Revolver is verschenen. Een feest bij R. is 'uit de klauw gelopen'. Maar A.'s ouders geven geen toestemming. Bob Dylans LP Blonde on blonde is verschenen. Op dat feest bij R. heeft I. gestript. H. wil nu met A. naar Schotland. Die I. is altijd al 'n maffe meid geweest. Café De S. wordt geboycot. M. draagt een polskettinkje met de naam Joyce en wie heeft er ooit van Joyce gehoord?
 
Nou ja, ik overdrijf natuurlijk. Alleen die eerste weken waren lullig, toen wist ik van niks. Longontsteking, hoge koorts, oude koudhandige dokter, buurvrouw met pannetje soep, geen muziek aan je kop, te veel licht, gordijnen overdag dicht.
 
Maar de eerste avond dat ik geen koorts meer had, keek ik neer op negen man die op de grond voor mijn bed pils zaten te drinken uit een krat. We ouwehoerden tot diep in de nacht, iedereen besloot te blijven slapen op de grond, iemand stelde nog voor een kampvuurtje te maken van de krat in het midden en de volgende ochtend had ik weer 39.4. ('47.11', zei de buurvrouw gniffelend toen ze een keer de pot wegbracht, want, hoe stuitend soms ook, de natuur gaat door). Later kon ik weer muziek hebben, werden stapels fijne LP's aan mij uitgeleend, behing ik mijn hele kamer met foto's uit meegebrachte tijdschriften en profiteerde ik van de gegroeide jalouzie tussen C. en N. die om 't hardst lief voor mij probeerden te zijn.
 
Veel opkikkers waren er toch wel. Die keer dat R. en D. constateerden 'dat ik zo in 't donker lag', en dat het leuk zou zijn als ik aan het raam naar passerende honden kon kijken en naar de melkboer zwaaien. Maar aan het raam zou ik weer kouvatten (bij mijn begrafenis zou THEM overkomen en Don't look back spelen). Aan de andere muur ging de deur niet open en in het midden leek ik te veel een opgebaard lijk. De oude plaats was het beste, maar dan wel met mijn noofd naar de andere kant.
 
Of die keer dat mijn moeder 's kwam kijken en J. net op zijn hoofd stond om te laten zien hoe ver 'ie al met zn yoga was. Hoe J. in zijn val een bak fruit kliefde.
 
Of toen G. Tibetaanse wierook meebracht en ik een wijze man was naar wie velen kwamen luisteren.
 
Of toen T. twee hier naar toe gelifte Zweden meebracht, jofele vogels met wie het goed maar wel vermoeiend gebaartalen was. Allemaal van die opkickers die je doen beseffen, dat men in de nood...OK. En nu mogen we weer naar buiten en we gaan die en die 's opzoekenen we bezoeken 's door en daar een gelegenheid en we bekijken 's 'n zus of zo film en we lopen 's van hot naar her. En 't swingt allemaal als een gek.