Uit het dagboek van een vogel 24


Naam: Uit het dagboek van een vogel 24
Verschenen in:Het Parool
Pagina:15 (PS)
Datum:19-11-1966
Auteur:Wim de Bie
Jaargang: Uit het dagboek van een vogel (1966)

Overige informatie
Verschenen in:
- Lachen is gezond (1970)


ZATERDAG. Dit was de dag van J. 's Middags was ik de stad ingegaan om plakzolen te kopen; ik loop nou al bijna drie weken nagenoeg op blote voeten en ik dacht dat er zooltjes bestaan die je over de gaten van je schoenen kan plakken. Werd opgehouden in de S.straat waar ik J. een hele gekke toer zag maken. Hij klampte af en toe een voorbijganger aan en zei dan iets. Sommige voorbijgangers schudden hun hoofd en liepen door, maar de meesten lachten, grepen naar hun portemonnee en gaven J. dan duidelijk geld. Tussen twee voorbijgangers door vroeg ik J. wat 'ie tegen die mensen zei. 'Ik zeg steeds: goedemiddag meneer, hebt u soms wat losgeld voor mij? Als die mensen dan vragen waar ik 't voor nodig heb, zeg ik: om te eten!' 'De meesten lachten zich inderdaad rot en gaven wat, soms tot biljetten toe!' 'En dit is geen bedelen,' zei J. om mij een slag voor te zijn, 'want ik zeg eerlijk waar 't voor is.'
 
Na nog vijf voorbijgangers was het Van Wegwezenstein: het Zwarte Gevaar. Daarom gingen we op weg naar kunstzaal Arti in de hoop dat er om 4 uur een tentoonstelling zou worden geopend. En ja: een tweemansexpositie! Ene Otto van Zanten stelde er zijn Knopart tentoon: duizenden spelden in verschillende patronen in platen hardboard geprikt. Op de grond stonden waanzinnige gedrochtjes waar je gemeen over kon vallen: Metaalplastieken van Bep Hogerhuis. Nou interesseren ons die spullen nooit zo, maar zo'n opening is altijd wel goed voor 'n glaasje uit het vuistje en bovendien zie je nog 's wat merkwaardige 'artistieke types'.
 
De bebaarde schilder stond in een hoek van de zaal naast zijn vrouw opgesteld. Hij met een duideliík geleend hip pak aan, zij met een twee uur tevoren ingelegde zoom in haar jurk. De beeldhouwster bleek nog van de oude stempel: de kunstnijvere metaalplastiekjes hingen zelfs aan haar oren en ook droeg ze een ingewikkelde wrong op het hoofd waarin een verbazingwekkend grote pen stak. Voor de opening had de schilder iets origineels bedacht; er werd weer 's uit het telefoonboek voorgelezen, maar deze keer was daar een buikspreker voor gehuurd. Inderdaad wel gek. J. en ik hebben heel goed gekeken, maar we hebben z'n lippen niet zien bewegen, alleen z'n hals zwol wat op.
 
Hierna werd de oorlam uitgereikt en begon het opgewekt gesnater, met beatmuziek op de achtergrond. J. zette tegen een juffrouw die met een blad doorging z'n beroemdste gezicht op ('het vragende bekje' noemt J. dat zelf), zodat wij steeds 't eerst en ruimschoots werden voorzien. Mijn bewondering voor J. steeg nog toen 't 'm ook nog lukte met de schilder aan te pappen en zich in korte tijd zo populair te maken, dat, toen de exposanten met aanhang, Chinees gingen eten om het succes te vieren (één speldenwerkje was verkocht aan een rijke oom van de schilder), 'die twee aardige jongens' ook mee mochten. Dik voor elkaar.