Vroeger Kon Je Lachen - Hollands Hollywood

De schrik zat hem, na Een Pak Slaag, danig in de benen. Bert Haanstra vroeg zich enigszins radeloos af waarmee hij zijn publiek terug in de bioscoop zou kunnen krijgen. Hij overwoog een tweede Alleman te maken, maar was bang dat de tijdgeest zich daar niet meer voor leende: 'Veel waardevoller vind ik het juist om, juist nu, met iets te komen waar de mensen om kunnen lachen.'

Hij viel terug op zijn oude vriend Simon Carmiggelt en bedacht dat diens zeventigste verjaardag een aanleiding was voor een film. Niet een jubileumdocumentaire 'met de onvermijdelijke foto's van des schrijvers ouders in hun verlovingstijd, zijn geboortehuis voordat het werd afgebroken en de school waar men beproefde hem iets bij te brengen', maar een reeks Kronkels met 'de beste acteurs de acrtices die we konden vinden.'

In hecht overleg zochten ze de verhalen en de acteurs bij elkaar. Verder verzonnen ze ook nog wat intermezzi, zoals Carmiggelt lopend door de stad en zittend in een boekwinkel waar hij boeken signeert en wordt aangesproken door Kees van Kooten in diens gedaante van de Vieze Man. Na eindeloos gedelibereer besloot Wim Kan ten slotte dat hij niet wilde meewerken; hij voelde zich te weinig acteur om een monoloog te spelen en slaagde er evenmin in een vorm te vinden voor een verhaal over het maken van een conference op basis van een Kronkel. In plaats daarvan gebruikte Haanstra toen maar de tv-opname van een conference van wijlen Wim Sonneveld, waaraan eveneens ooit een Kronkel ten grondslag lag. Voorts liet hij Robert Long een lied zingen, op tekst van een gedicht van Carmiggelt.

De critici kwamen niet veel verder dan wat gematigde kwalificaties. 'Een aimabele film,' vond Pieter van Lierop van het Utrechts Nieuwsblad. 'Wel aardig, maar niet meer,' oordeelde Peter van Bueren in de Volkskrant. 'Beter was geweest, wanneer het feestvarken zich niet zo met het filmisch huldeblijk had bemoeid en Haanstra, de filmer, wat meer zijn gang was gegaan.'

De filmer had echter aangetoond dat hij nog heel goed wist waarmee hij een groot publiek kon aanspreken.

Uit: Henk van Gelder, Hollands Hollywood, Amsterdam: Luitingh - Sijthoff, 1995, blz 239
ISBN 90 245 2273 0


Terug naar Vroeger Kon Je Lachen