Groenman-taalprijs 1999

Bron: Onze Taal

De Groenman-taalprijs wordt jaarlijks uitgereikt aan een radio- of televisiepresentator die zich heeft onderscheiden door zijn taalgebruik. In 1999 ging de prijs naar Kees van Kooten. Hieronder volgt het juryrapport zoals dat is terug te vinden op de site van Onze Taal.


Juryrapport
In de bundel 'Zeven sloten' van Kees van Kooten staat het gedicht 'Leeflezen'. Daarin komen de volgende regels voor:
Over zijn toeren kwam hij terug
en liet ons lezen
waar hij ze had zien staan
de woorden die wij zochten
Als typering van de taalkunstenaar en taalminnaar die vandaag de Groenman-taalprijs krijgt, kan het nauwelijks treffender. Kees van Kooten, alias Dr. Kipping, Koos Koets, de Vieze Man, Wethouder Hekking of F. Jacobse, heeft met zijn eigenzinnige bijdragen het Nederlands verrijkt en tegelijkertijd te kijk gezet. Alle registers van onze taal heeft hij afgetast: de taal van het 'schaderapport' van de verzekeringsagent, die van de 'offerte' van het schoonmaakbedrijf Netjes en zelfs die van de betuttelende neerlandicus Kipping. Hij imiteert, persifleert, vergroot uit en geeft ironisch tegengas. Voor de lezer is de herkenning hilarisch, voor het slachtoffer van de persiflage waarschijnlijk ontnuchterend.
De taalacrobatiek is bij Van Kooten niet beperkt gebleven tot het geschreven woord. Vijfentwintig seizoenen lang heeft hij -- samen met Wim de Bie -- typetjes talig perfect neergezet in grappige imitaties. Hij heeft op onnavolgbare wijze stem gegeven aan de taaldiversiteit die ons in het dagelijkse leven ontgaat, maar waar hij ons via de karikatuur met de neus op drukt. Pas als Koot de betweterige Nederlandse groenteman onsterfelijk in zijn hemd zet door 'buitenlands' te praten met zijn Turkse klant, geven wij ons rekenschap van onze eigengereide taaltuttel. Taaltuttel, Van Kooten kon het bedacht hebben. Tientallen van dergelijke nieuwvormingen sieren de reeks Modermismen, waarin hij met een spits gevoel voor satire woorden smeedt voor vertrouwde gevoelens die nog onbenoemd gebleven waren. 'Woordkrols' is hij. Een greep uit de rijke verzameling toont hoe "nieuwe woorden hem veilig over dode punten helpen" (uit de column 'Woordguls'): geilboos, wandelwalg, durfdrang, sluwpret, ziekzeik, langbang of negatrots. Van Kooten jongleert met woorden en heel wat van zijn bedenksels zijn nu al gemeengoed geworden in het hedendaagse Nederlands. Positivo, regelneef en oudere jongere liggen nu op ieders lippen bestorven.
Maar het zijn niet deze speelse taaltrucs alleen die de jury gecharmeerd hebben. Minstens even bewonderenswaardig is de feilloze trefzekerheid en de bewuste soberheid waarmee Van Kooten in verraderlijk gewone taal een situatie voor ogen kan zetten. Zo wordt een supermarktscŤne voor iedereen herkenbaar als hij schrijft: "De kasseuse legt het grenslatje met Volgende klant SVP op de zwartrubberen loopband en ik begin er routineus mijn levensmiddelen op te rangschikken. Ik probeer hier altijd een smaakvol gerangschikt landschapje van te maken." Hier bereikt hij met een minimum aan middelen een maximum aan effect. Is dat niet waar het in taal om te doen is?
Toch beperkt Van Kooten zich niet tot kale soberheid. Sprankelende beelden herinneren soms aan Carmiggelt. De beschrijving van een huis "dat zich vijftig jaar geleden haastig had moeten aankleden en sindsdien in deze grauwe ochtendjas was blijven staan" is speels en poŽtisch. Zijn laatste boek heeft het al in zijn titel Levensnevel, een goedgekozen palindroom dat geŽchood wordt in het bijbehorende kaftgedicht 'Nevensneven'. Subtiele taalgrapjes die de weemoed verpakken die ook in zijn verzen latent aanwezig is.
Carmiggelt noemde Van Kooten "De Jongen die Alles Kan". Op taalvlak is hij dat alvast overtuigend aan het bewijzen. Na de columns, de cabaretteksten, de verhalen, de autobio en de poŽzie is er nu ook nog een kinderboek in verzen, Het schaampaard.
Van Kooten heeft in de afgelopen decennia op veelzijdige wijze aangetoond dat er in de media nog plaats is voor taalcreativiteit en oorspronkelijkheid en dat het Nederlands een levende taal is, 'onze' levende taal. De jury wenst daar met deze Groenman-taalprijs haar onverholen bewondering en waardering voor uit te drukken.
Jury Groenman-taalprijs:
Frits Abrahams, redacteur NRC Handelsblad
prof. dr. Ludo Beheydt, hoogleraar Louvain-la-Neuve
dr. Hans Heestermans, redacteur WNT/bestuurslid LOUT
drs. Peter Smulders, directeur Genootschap Onze Taal

De prijs werd op 6 november 1999 uitgereikt op het congres van Onze Taal dat was gewijd aan het onderwerp 'invloeden op het Nederlands'. Dit congres werd gehouden in De Doelen te Rotterdam.

Terug naar Prijzen