Juryrapport Zilveren Nipkowschijf 1974

Bron: Stichting Nipkow


Nipkow 1974

Sinds de glorietijd van Rudi Carrell, ooit heel lang geleden, is een zo hoge onderscheiding als de Zilveren Nipkowschijf nimmer toegekend aan iemand uit de categorie komische televisiepersoonlijkheden. Er wordt wel eens beweerd, dat de televisiekritiek zich te weinig bemoeit met het amusement op de televisie. Naar het oordeel van de jury, bestaande uit het Gezelschap van Televisiecritici - een eerbiedwaardig en superieur genootschap - ligt dit vooral aan dat amusement.
Wanneer de zogeheten vertrossing van de omroepen aan iets kan worden afgeleid, is het wel aan deze sector. Juist in het amusement geldt een zo hoog mogelijk kijkcijfer als het enige Doel waarnaar gestreefd wordt. Sinds ver verleden tijden met programma's als zo is het en Hadimassa wordt op de televisie nauwelijks de indruk gewekt dat ook amusement iets te maken kan hebben met zaken als creativiteit en inventiviteit. Wat er in het afgelopen seizoen gemiddeld aan amusement op de televisie vertoond werd, maakte het kijken ernaar veelal tot een bedroevende ervaring.
Kees van Kooten en Wim de Bie vormden in de vaak genante 'gezelligheid' een ongeëvenaarde uitzondering. Door hen met een Zilveren Nipkowschijf te vergulden krijgt hun prestatie eindelijk de eer en ruchtbaarheid die zij verdient. Reeds eerder, bijvoorbeeld bij de prijzing van Het Gat van Nederland en Hadimassa, werden zij in roem besloten, maar nooit zijn Van Kooten en De Bie onderscheiden als paar apart. Na twee aanlopen is het ze nu dus definitief gelukt.
Toch vormen zij met z'n tweeën al jaren een uitzonderlijke klasse van amusementsverschaffers. Wat zij het afgelopen seizoen met name in Het Gat van Nederland lieten zien borduurde in feite nog steeds voort op de roemruchte Clichémannetjes die zij ooit voor de radio ontwierpen. Deze voormalige radiofiguren zijn echter niet alleen televisie geworden op de wijze waarop Wim Kan in één avond plotseling een tv-persoonlijkheid werd. Van Kooten en De Bie hebben meer gedaan dan alleen op de buis verschijnen; zij hebben de mogelijkheden van de televisie tot onderdeel van hun optreden gemaakt. En van de mannetjesmakerij zijn zij gegroeid tot scheppers van een heel eigen soort televisievermaak dat steeds minder een onderdeeltje van Het Gat van Nederland werd en steeds meer de spil waarom het hele Gat draaide.
In een soort essayistische toneelstukjes beschreven zij de wereld om ons heen volgens de beste cabarettradities. Van Kooten en De Bie leveren in hun beste momenten een sociale satire die door allerlei modieuze verschijnselen heen prikt en de verschillende werkelijkheden van deze tijd relativeert tot een waarheid waarom gelachen kan worden. De Zilveren Nipkowschijf wordt dikwijls gezien als een tegenhanger van de Televizierring, zoals u weet het loon van een volksreferendum. Het gevolg is dan ook vaak de verkiezing van een betrekkelijk elitaire figuur, in de zin van eenzaam uitstekend buiten het bestek van massa-populariteit en kijkcijfers. Het doet de jury bijzonder deugd dat dit jaar de prijs mag gaan naar twee mensen die niet alleen in kwaliteit het grauwe gemiddelde ontschoten, maar tegelijk alle kijkers zonder uitzondering aanspraken.
In zijn cabaretbijbel voorspelde Wim Ibo een paar jaar geleden over hen "dat het niemand zou verbazen wanneer zij morgen een eigen cabaret-theater openden". Die voorspelling is uitgekomen, al heeft Wim Ibo nooit bedoeld dat de televisie dit theater zou zijn. Kees van Kooten en Wim de Bie zijn in alle huiskamers van Nederland op gezette tijden de leuksten thuis. Waarmee tegelijk is aangetoond dat kwaliteit niet altijd te maken hoeft te hebben met het bevredigen van slechts een kleine besloten groep kijkers.
De jury hoopt dat Van Kooten en De Bie het ontvangen van de Zilveren Nipkowschijf van het televisieseizoen 1973-1974 niet zien als een mooie afsluiting van hun werk, een bekroning aan het eind van een succesvolle carrière.
Kees en Wim moeten blijven!



(Lees ook het dankwoord van Wim en Kees.)


Terug naar Prijzen